Om een dakloze jongen te straffen die eten van de tafel had gestolen, beval de keizer hem naar een enorme olifant te gooien, net als vele misdadigers vóór hem: maar in de arena gebeurde plotseling iets waardoor het publiek volledig geschokt achterbleef.

Om een dakloze jongen te straffen die eten van de tafel had gestolen, beval de keizer hem naar een enorme olifant te gooien, net als vele misdadigers vóór hem: maar in de arena gebeurde plotseling iets waardoor het publiek volledig geschokt achterbleef.

Die zondag hing er al vanaf de ochtend een zware hitte boven de stad. De enorme arena zat al vol met mensen. Op de hoge tribunes zaten rijke kooplieden, militairen, vrouwen van senatoren en gewone mensen die elke zondag kwamen voor een angstaanjagend spektakel. Mensen praatten luid, maakten ruzie, aten fruit en wachtten op het moment dat de volgende veroordeelden weer de arena in zouden worden gebracht.

In het midden van de arena stond een enorme oorlogsolifant.

Iedereen in de stad kende dit dier. Enorm groot, bedekt met zware bepantsering, had de olifant jarenlang de grote keizer gediend. Aan zijn slagtanden hingen metalen versieringen en zijn poten waren zo massief dat elke stap wolken zand en stof deed opwaaien. Men vertelde dat deze olifant al tientallen misdadigers had vertrapt voor de ogen van de menigte.

De keizer zelf zat hoog boven de arena op een gouden troon en keek met kille belangstelling toe. Het volk was bang voor hem en haatte hem, maar niemand durfde dat hardop te zeggen. De heerser had één wrede wet — iedereen die de regels overtrad moest publiekelijk sterven, zodat anderen zelfs bang zouden zijn om aan misdaden te denken.

Toen de trompetten luid klonken boven de arena, begonnen de soldaten de gevangenen naar buiten te brengen.

Eén voor één werden de misdadigers op het zand gegooid. Sommigen smeekten om genade, anderen probeerden te vluchten, maar er was geen ontsnappen. Aan de ene kant stond de enorme olifant, en aan de andere kant stonden de gewapende mannen van de keizer met speren en zwaarden.

De menigte brulde van zowel angst als opwinding.

Na enkele executies waren de mensen bijna niet meer verrast door de kreten van anderen. Maar plotseling gingen de poorten opnieuw open en werd de hele arena stil.

Er werd een kleine jongen naar buiten gebracht.

Hij was mager, vuil en op blote voeten. Zijn kleren hingen in gescheurde stukken en zijn handen trilden zo erg dat hij nauwelijks op zijn benen kon blijven staan. De jongen keek voortdurend om zich heen en begreep niet waar hij naartoe werd gebracht. Een van de soldaten duwde hem ruw naar voren, en het kind viel op zijn knieën in het hete zand.

De menigte begon te fluisteren.

Velen begrepen meteen dat dit geen moordenaar of gevaarlijke misdadiger was.

De keizer stond langzaam op van zijn troon en zei luid:
— Deze dief heeft eten van mijn tafel gestolen.

Er ging opnieuw een geroezemoes door de tribunes.

De jongen bleek een wees te zijn. Hij had al dagen niets gegeten en was ’s nachts het paleis binnengeslopen om een klein stukje brood en vlees te stelen. Maar de bewakers hadden hem vlak bij de keuken gepakt.

De keizer keek met minachting naar het kind.
— Als ik vandaag één hongerige dief vergeef, zal morgen de hele stad beginnen te stelen.

De menigte werd stil.

De jongen zat op zijn knieën en ademde zwaar. Zijn ogen waren vol angst. Hij keek afwisselend naar de soldaten en naar de enorme olifant die langzaam op hem af kwam, met zijn zware bepantsering rinkelend.

Elke stap van het dier deed de arena trillen.

Sommige mensen op de tribunes draaiden zich al om, omdat ze begrepen wat er zou gebeuren. Vrouwen bedekten hun gezichten met hun handen, en sommigen fluisterden dat het kind vrijgelaten moest worden.

Maar de keizer glimlachte slechts kil.

De olifant kwam heel dichtbij. De jongen kneep zijn ogen dicht en begon te huilen.

Op dat moment gebeurde er iets in de arena dat iedereen in volledige shock achterliet.

De enorme olifant stopte plotseling recht voor het kind. Enkele seconden was het doodstil.

Daarna liet het dier langzaam zijn hoofd zakken en raakte het kind voorzichtig aan met zijn slurf, alsof het hem wilde kalmeren. De jongen opende angstig zijn ogen, en de olifant begon hem met zijn lichaam af te schermen tegen de soldaten.

Een angstige golf van geluid ging door de tribunes. De keizer sprong abrupt op van zijn troon.

Een van de soldaten probeerde de olifant met een speer te duwen, maar op hetzelfde moment liet het dier een luid gebrul horen waardoor de mensen van schrik opstonden. De enorme olifant draaide zich naar de soldaten en sloeg woedend met zijn poot op het zand, waardoor niemand bij de jongen kon komen.

De menigte was in paniek.

Niemand had ooit gezien dat dit dier een bevel negeerde.

De jongen trilde bij de voorpoten van de olifant, terwijl het dier voor hem bleef staan als een levende muur.

Op dat moment werd een oude man tussen de toeschouwers plotseling bleek en riep:
— Ik herken dat kind…

De mensen begonnen zich naar hem om te draaien, en de keizer fronste langzaam.

De oude man wees met een trillende hand naar de jongen en zei zacht:
— Het is de zoon van de man die deze olifant ooit heeft gered toen hij nog maar een jong dier was…

Na die woorden werd de hele arena zo stil dat alleen de zware ademhaling van het enorme dier te horen was.

Like this post? Please share to your friends:
Geef een reactie