De koningin beval de handen van een arme boerenmeisje af te hakken, haar beschuldigend van diefstal, maar op het laatste moment vóór de executie merkte de koning iets op aan haar hals, waarna hij onmiddellijk beval om de koningin zelf te arresteren 😱
De koningin haatte een arme dienstmeid.
Het meisje heette Marta. Ze was stil, hardwerkend en gehoorzaam. Ze stond vroeg op, droeg water, maakte kamers schoon en werkte de hele dag.

Maar juist dat irriteerde de koningin.
Op een dag noemde de koning haar ogen mooi. Vanaf dat moment begon de koningin haar te haten.
Ze zocht een reden om haar te straffen.
Op een ochtend beschuldigde ze Marta van diefstal en liet haar opsluiten.
Volgens de wet betekende diefstal: handen afhakken.
De volgende dag stond Marta op het plein voor de executie.
— Ik ben onschuldig —riep ze.
De beul hief zijn bijl.
Maar plots zag de koning een hanger om haar nek.
— Stop!
Hij herkende het als een sieraad van zijn verloren dochter.
Een oude vrouw bekende dat de koningin het kind had willen laten verdwijnen.

— Laat haar vrij.
— Arresteer de koningin.
Marta stond verstijfd — nog een moment geleden zou ze sterven, en nu keek de koning naar haar alsof hij zijn verloren dochter had teruggevonden.